Een streaming-backend houdt de verbinding open en verstuurt gegevens in delen: SSE kan bijvoorbeeld tekst van een modelantwoord versturen terwijl dat wordt gegenereerd, terwijl WebSocket tweerichtingsverkeer mogelijk maakt. Op 22 oktober 2026 kondigde Google de publieke preview van streaming in Cloud API Gateway aan. De gateway kan zulke antwoorden doorgeven en de vertrouwde authenticatieregels en observability toepassen op verzoeken; om dit te testen, moet u een nieuwe gateway maken met de streamingmodus ingeschakeld.

De aankondiging van Google noemt SSE, HTTP-response-streaming en chunked transfer encoding, WebSockets en server-side en bidirectionele gRPC-streaming. HTTP-antwoorden worden naar de client doorgestuurd zodra ze van de backend binnenkomen, waaronder NDJSON. Zo kunnen streamingroutes achter dezelfde API Gateway blijven als gewone verzoeken.
Wat verandert er in de API en infrastructuur?
Voor streamingbewerkingen is geen aparte API-beschrijving of speciale uitbreiding van de specificatie nodig. In de preview wordt de streamingmodus bij het maken van de gateway ingesteld met de vlag --enable-streaming. Volgens Google blijven API-key- en JWT-controles, backend-authenticatie met een serviceaccount, routering en integratie met Cloud Logging en Cloud Monitoring behouden.
De preview introduceert ook een voorspelbare hostnaam op basis van de gateway-ID, het projectnummer en de regio. Het adres heeft bijvoorbeeld de vorm GATEWAY_ID-PROJECT_NUMBER.REGION.gateway.dev. U kunt dit vooraf opnemen in de client- of CI-configuratie. Als u de gateway opnieuw maakt met dezelfde ID, hetzelfde project en dezelfde regio, blijft het adres gelijk.
Testen zonder productieverkeer om te schakelen
- Kies een bestaande backend. Begin met een endpoint dat al SSE of een streaming-HTTP-antwoord verstuurt. Zo kunt u het gedrag van de gateway onderscheiden van wijzigingen aan de applicatie.
- Maak een aparte gateway. Streaming wordt bij het maken ingeschakeld; de modus van een bestaande gateway kan niet worden gewijzigd. Gebruik een test-ID en een geschikte regio.
- Stel de backenddeadline in. Voor SSE en HTTP-streaming is de standaardverzoekduur 15 seconden; de stream wordt gesloten zodra de ingestelde deadline is verstreken. Stel in de OpenAPI-configuratie voor de backend een
deadlinein die past bij uw situatie: voor een streaminggateway staat de documentatie een waarde tot 3600 seconden toe. Houd ook rekening met de eigen timeout van de backend; Cloud Run kan de verbinding bijvoorbeeld eerder sluiten. - Controleer het backendprotocol. Voor gRPC is HTTP/2 (
h2) vereist; voor WebSockets HTTP/1.1. SSE en HTTP-streaming werken met HTTP/1.1 of HTTP/2; Google raadt HTTP/2 aan voor deze scenario’s. - Controleer of gegevens binnenkomen. Controleer of de client de eerste gebeurtenissen ontvangt voordat het volledige antwoord klaar is. Test bij WebSocket het verkeer in beide richtingen en plan hoe clients opnieuw verbinding maken nadat de verbinding is beëindigd.
- Controleer beleidsregels en metingen. Controleer de authenticatie, logs en verzoeklimieten op de streamingroute. De metric voor request latency omvat de volledige duur van de stream. Meet daarom op de client afzonderlijk de tijd tot de eerste gebeurtenis en de intervallen tussen gebeurtenissen.
Voor WebSockets en gRPC is de standaardperiode zonder berichten 300 seconden. Voor WebSocket wordt een duur korter dan 300 seconden niet toegepast en wordt de verbinding uiterlijk na 3600 seconden beëindigd. Voor SSE en HTTP-streaming geldt de ingestelde wall-clock-deadline. Een lange grafiek voor request latency laat daarom op zichzelf niet zien hoe snel de gebruiker het eerste fragment zag.
Beperkingen van de publieke preview
Bij de introductie kan de streamingmodus niet worden ingeschakeld via Cloud Console of Terraform. Gateways met ingeschakelde streaming zijn bovendien niet compatibel met HTTP(S) Load Balancing en Serverless NEG. Daardoor zijn aangepaste domeinen die van deze configuratie afhankelijk zijn niet beschikbaar. Google noemt deze mogelijkheden als toekomstige uitbreidingen tijdens de previewperiode. Raadpleeg vóór het plannen van productieroutering en automatisering de documentatie voor de streamingconfiguratie.
Een praktische eerste stap is om een nieuwe gateway naar een bestaande streamingbackend te laten verwijzen, de deadline expliciet in te stellen en de rechtstreekse verbinding te vergelijken met de route via de gateway. Zo kan het team de protocolcompatibiliteit, authenticatie en werkelijke tijd tot de eerste gebeurtenis testen zonder het API-contract of productieverkeer te wijzigen.